fbpx

Vastgoed Kennisbank

A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z

Mis je een onderwerp? Laat het ons weten en dan voegen we hem toe.

A

ABC-transactie – een transactie waarbij een onroerend goed binnen 6 maanden 2 keer wordt verkocht en 3 verschillende partijen betrokken zijn. Dit kan op dezelfde dag zijn. Of het kan zijn dat partij A verkoopt aan partij B, en dat partij B na 3 maanden weer doorverkoopt aan partij C. Dit soort transacties zijn gevoeliger voor fraude en worden goed gecontroleerd vanuit de notaris, met name bij grote prijsverschillen.

Aflossingsvrije hypotheek – Een type hypotheek waarbij enkel de rente wordt betaald en geen periodieke aflossing. Bij beleggingshypotheken komt het regelmatig voor dat een gedeelte van de hypotheek bestaat uit een aflossingsvrij deel.

Annuïtaire hypotheek – een hypotheekvorm waarbij je elke maand hetzelfde bedrag betaalt voor de totale looptijd van de hypotheek. De hoeveelheid aflossing en rente die je betaalt veranderd wel. Zo betaal je op het begin relatief veel rente en weinig aflossing, en later betaal je steeds meer aflossing en minder rente. Je lost hiermee op korte termijn minder snel af op de hypotheek ten opzichte van een lineaire hypotheek, maar hebt wel lagere maandlasten bij aanvang van de hypotheek. 

B

Beleggingshypotheek – Een hypotheek bedoeld voor verhuurd vastgoed. Omdat dit vaak voor extra risico zorgt bij de bank, gelden hiervoor andere voorwaarden. Zo kan je vaak maar tot 80% lenen van de verhuurde staat en wordt er een hogere rente gehanteerd dan bij reguliere hypotheken. De voorwaarden voor een beleggingshypotheek verschillen sterk per bank, of en hoeveel je kan lenen is deels afhankelijk van jouw persoonlijke situatie. 

Bestemmingsplan – Elke gemeente deelt de grond binnen die gemeente in volgens een bepaald bestemmingsplan. Dat plan bepaalt op welke manier er gebouwd mag worden. Zoals bijvoorbeeld woningen, welke voor bedrijven, voor winkels, horeca of daar eventueel een combinatie van. Je kan van elk gebouw of kavel het bestemmingsplan opzoeken of eventueel een wijziging voor aanvragen. Zo zie je ook vaak dat er woningen worden gemaakt van oude panden waar horeca in heeft gezeten. Wil je dus op lege grond gaan bouwen, of een gebouw anders gebruiken dan voorheen. Dan kan je bij de gemeente (online) controleren welke bestemming er al op zit, en welke procedure je moet volgen om deze eventueel aan te laten passen. 

Boeterente – wanneer je een bestaande hypotheek eerder aflost en/of oversluit, dan heb je kans dat je de bank een boeterente verschuldigd bent. Als de bank namelijk een nadeel ondervind van het eerder aflossen, dan brengen ze het verlies bij jou in rekening. Dit is alleen maar het geval als je een rentevaste periode bent aangegaan die nog langer doorloopt, en de rente op dat moment lager is dan op het moment van vastzetten. In principe heb je de bank namelijk belooft dat je die rente zou betalen. Ga je eerder aflossen, dan loopt de bank die rente terug en kan dat niet op een andere manier terugverdienen. Dat betekent in de praktijk dat hoe langer je resterende rentevaste periode is, hoe hoger de boeterente is die je moet betalen. Is de rente echter hoger op het moment van oversluiten, dan hoef je geen boeterente te betalen. 

Box 3 – Alle investeringen die vallen onder vermogensbeheer vallen fiscaal gezien automatisch in Box 3. Voor vastgoed geld dat bij beleggingspanden die in prive zijn aangekocht en verhuurd worden zonder dat je daar zelf actief arbeid voor verricht. Door vastgoed in Box 3 te laten vallen betaal je belasting over je vermogen en niet over je huurinkomsten. 

Bouwkundig splitsen Als je van 1 woning meerdere (kleinere) woningen maakt, met allen eigen voorzieningen zoals een keuken, badkamer en voordeur. Maar ook waarbij elke woning een eigen stoppenkast en watermeter hebben. Bouwkundig splitsen wordt vaak ter voorbereiding gedaan voor een kadastrale splitsing. 

BRRRR – Staat voor Buy, Rehab, Rent, Refinance & Repeat. Een strategie waarbij je een beleggingspand koopt die flink verbouwd moet worden en op die manier een meerwaarde creëert met als doel om een hogere financiering te realiseren. Hierbij koop je eerst een woning (Buy), daarna ga je verbouwen (Rehab), verhuren (Rent) tegen een hogere waarde herfinancieren (Refinance) en vervolgens herhaal je het proces (Repeat) om in kortere tijd meer panden te kunnen kopen. 

Bruto Aanvangs Rendement (BAR) – Een van de meest gebruikte manieren om snel rendement te kunnen berekenen van een beleggingspand. De BAR houdt enkel rekening met het bruto rendement, en kan daardoor een wat vertekend beeld geven over het daadwerkelijke rendement wat behaald kan worden. 

Buy and Hold – Een investeringsstrategie waarbij de investeerder vastgoed (of andere assets) aankoopt om vervolgens voor de lange termijn aan te houden. 

C

Cash flow – het netto huurinkomen wat je overhoud na aftrek van alle kosten die je maakt. Ook je maandelijkse aflossing. Eigenlijk gewoon de pure winst die je elke maand in je zak kan steken. Hoe hoger je cashflow per pand uitkomt, hoe sterker je bestand bent tegen leegstand of andere risico’s. Werk je met hoge hypotheken, dan merk je dat direct. Hoe meer schuld (en kosten), hoe lager je cashflow. 

Cash on Cash return – berekening om te bepalen wat je rendement is op basis van cashflow ten opzichte van je eigen middelen. Dus hoeveel winst maak je op basis van je eigen middelen. Dit wordt berekent op deze manier: (Netto huur – rentekosten – aflossing) / eigen middelen. Het is mogelijk om een hoge BAR te behalen, maar dat je geen cashflow overhoud omdat je zulke hoge kosten hebt. Met deze berekening kan je veel nauwkeuriger bepalen wat een investering nou echt oplevert. Om een positieve cash on cash return te behalen, moet er maandelijks genoeg overblijven van je huurinkomsten na aftrek van alle mogelijke kosten. Met behulp van deze ratio kan je ook bepalen hoe houdbaar de investering is voor de lange termijn.  

Commercieel vastgoed – Vastgoed wat letterlijk op een commerciele manier verhuurd wordt, om winst te maken dus. Of dit nu huurinkomsten zijn of de meerwaarde van het pand. Hiermee wordt meestal vastgoed aangeduid die zakelijk verhuurd worden zoals kantoren, winkels, hotels, magazijnen of garages. Hieronder vallen technisch gezien ook woningen, waarbij het gaat vaak om grote projecten en/of wooncomplexen.  

Crowdfunding – alternatieve manier van financieren waarbij je letterlijk geld ophaalt bij de crowd (groep mensen) voor de financiering van vastgoed. Ook kan je zelf investeren in diverse projecten van andere vastgoedinvesteerders. Crowdfunding staat bekend om de toegankelijkheid en de hoge Loan to Value (LTV) die vaak gehanteerd word. Wel is de rente vaak hoger dan een reguliere beleggingshypotheek en is de looptijd relatief kort. De twee meest bekende platformen zijn Geld voor Elkaar en Samen in Geld.

D 

Debt Service Coverage Ratio (DSCR) een van de belangrijkste getallen waar een bank naar kijkt, bij de aanvraag van een beleggingshypotheek. De DSCR geeft de verhouding aan van de inkomsten ten opzichte van de financiele verplichtingen. Als de DSCR bijvoorbeeld 1 zou zijn, dan zijn je inkomsten gelijk aan de financiele kosten. Een bank wil vaak een minimale DSCR van 1.2 of 1.3. Dit is ook gelijk waarom de bank graag wilt weten wat jouw inkomen is (uit werk en/of huurinkomsten). Zo kunnen ze namelijk bepalen of de dekkingsgraad hoog genoeg is om niet een te groot risico te zijn voor de bank. Kortom: je moet genoeg geld (inkomen) hebben om de aflossing en rente te kunnen betalen.

Driving for Dollars een term overgewaaid uit Amerika. Waarbij je letterlijk door de straten heen rijd op de locatie(s) waar je wilt investeren, op zoek naar huizen die potentie hebben om aan te kopen. Zoals lege panden, achterstallig onderhoud of simpelweg omdat je het graag wilt hebben. Je leert zo de buurt beter kennen en kan een briefje achterlaten bij de eigenaren om te laten weten dat je interesse hebt om te kopen.

Dollar Cost Average een strategie waarbij je een vast bedrag per maand investeert om zo gespreid je portfolio op te bouwen. Dit wordt vooral bij investeren in aandelen gebruikt, omdat een vastgoed aankoop niet te verdelen is over meerdere maanden. Door gebruik te maken van deze strategie voorkom je dat je de markt probeert te timen, en op de lange termijn je investeringen een balans vinden tussen hoge prijzen en lage prijzen in de markt. Werkt dus vooral goed als je nog een lange beleggingshorizon hebt. 

E

Energie Label / Index – geeft aan in welke mate de woning energiezuinig is of niet. Bij een hoog label (A) is de woning energie zuinig, terwijl dit met een laag label (G) dus juist niet zo is. Een definitief energielabel is verplicht als je een woning wilt verkopen of verhuren. In de puntentelling van het woningwaarderingsstelsel wordt ook rekening gehouden met de energie zuinigheid, maar dan in de vorm van de energie index (sinds 2015). Dit is een aparte certificatie die door een specialist op locatie moet worden opgenomen en vastgelegd en daardoor duurder is dan een energielabel. Het energielabel zelf is niet voldoende voor de toekenning van punten volgens het WWS. 

Erfpacht – een woning staat bijna altijd op ‘eigen grond’. Maar het kan voorkomen dat de grond eigendom is van een derde partij – vaak de gemeente – waarvan je de grond in bruikleen krijgt als je de woning koopt. Erfpacht is een zakelijk recht, waarbij jij dus de grond mag gebruiken zonder daar eigenaar van te zijn. Hiervoor betaal je jaarlijks een erfpachtcanon aan de eigenaar. Deze erfpachtcanon is vaak al langdurig – en soms zelfs eeuwigdurend – waardoor je niet met extra kosten te maken hebt. Banken doen soms nog wel eens moeilijk met erfpacht, met name als deze al in relatief korte tijd afloopt.

Exploitatie kosten – de kosten die je moet maken om je beleggingspand te behouden en onderhouden. Denk hierbij aan de kosten voor vastgoedbeheer, onderhoud, leegstand, verzekeringen & belasting en eventuele VvE bijdragen. In het geval van kamerverhuur komen hier ook vaak de kosten voor gas/water/licht en internet bij, die vervolgens doorberekend worden aan de huurder. 

F

Flippen (Fix&Flip) – vastgoed strategie waarbij het rendement behaalt wordt uit de verkoop van het pand in plaats van door huur inkomsten. Het doel is om een beleggingspand aan te kopen en dusdanig te verbouwen dat er meer waarde wordt gecreëerd. Vervolgens wordt het pand tegen een hogere prijs verkocht. 

Flyeren – een methode om panden te vinden die niet via de reguliere weg worden aangeboden. Je gaat in een gebied waar je op zoek bent naar een pand, actief flyers verspreiden waarbij je aangeeft interesse te hebben om te kopen. Flyeren is relatief goedkoop en het geeft je de mogelijkheid om in direct contact te komen met mogelijke verkopers. 

Rendement – het allerbelangrijkste bij het investeren in vastgoed, wat levert het je op? Het rendement bepaald wat een belegging jou als investeerder oplevert. Maar er zijn verschillende manieren waarop je rendement kan berekenen. Bijvoorbeeld als rendement op de totale investering, of enkel het rendement op eigen vermogen. Het resultaat zal verschillend zijn, dus het is belangrijk om te begrijpen wanneer je welk type rendement gebruikt. 

H

Hefboomeffect – een manier om je rendement op eigen vermogen te vergroten door te werken met geleend geld of leverage. In vastgoed is dit heel gebruikelijk en kan je gebruik maken van een hypotheek om een pand te kopen, en hoeft daarvoor dus niet het totale bedrag zelf te betalen. Belangrijk hierbij is dat de opbrengst (je huurinkomsten) groter zijn dan de kosten die je kwijt bent aan lenen van geld. Waardoor je uiteindelijk een positieve cashflow overhoud. 

HELOC (Home Equity Line of Credit) –  Een vorm van krediet die gebaseerd is op het eigen vermogen in je woning. Dit is dus niet hetzelfde als het ophogen van je hypotheek. In deze vorm krijg je een bedrag tot je beschikking via een aparte rekening, en betaal je rente over dat gedeelte dat je ook daadwerkelijk opneemt. Dit krediet is voor een bepaalde periode – bijvoorbeeld 1 of 2 jaar – beschikbaar en moet daarna weer terugbetaald worden. 

Herfinancieren –  Een beleggingspand is al in je bezit wanneer je een hypotheek aanvraagt. Meestal zit er al een lening op het pand, of het pand is is hypotheekvrij. Wordt meestal gebruikt bij de BRRRR techniek om zo meer financiering te krijgen, of na verloop van tijd om de overwaarde op te nemen of tegen betere voorwaarden een nieuwe hypotheek af te sluiten.  

House Hacking – Een strategie waarbij je een woning koopt of bezit waar je zelf in (gaat) wonen en een gedeelte weer verhuurd met mensen waarmee je de woning gaat delen. De huurinkomsten dekken minimaal jouw hypotheekkosten. Let er wel op dat je toestemming hebt van de bank om te verhuren. In Nederland valt dit onder de hospita regeling en is bij sommige gemeentes aan bepaalde voorwaarden verbonden. 

Huisvestingsvergunning – een vergunning die toegepast wordt in bepaalde wijken en straten waarbij de huurder een vergunning moet aanvragen bij de gemeente voordat hij/zij in de woning intrekt. Er wordt getoetst op inkomen en een mogelijk strafblad bij de politie. De gemeente kan weigeren als iemand te weinig verdient of in het verleden voor veel overlast heeft gezorgd. Als verhuurder ben je eindverantwoordelijk en mag je iemand niet de woning laten betrekken voordat de vergunning is toegekend. 

Huurkoop – komt vrijwel niet voor in Nederland. Huurkoop is een vorm van krediet/financiering, waarbij de afnemer huur betaalt aan de eigenaar en het eigendom overgaat op de gebruiker nadat de laatste termijn betaald is. In het geval van woningen wordt er financiering verstrekt vanuit de eigenaar, die vervolgens het onderpand in gebruik afgeeft aan de huurkoper zodat hij of zij daarin kan wonen. Er wordt een maandelijkse huur betaald, waarmee de financiering wordt afbetaald. Als de laatste betaling is voldaan, en de volledige financiering is afbetaald, wordt de huurkoper officieel eigenaar van het pand. Huurkoop is juridisch gezien niet gelijk aan een lease contract. 

I

Interest Coverage Ratio (ICR) –  wordt ook wel rentedekkingsgraad genoemd, en berekent in hoeverre de rentekosten van een financiering betaalt kan worden door de huurinkomsten. De aflossing wordt hier dus niet in meegerekend. De bank kan met deze ratio beoordelen of je in staat bent op de korte termijn te voldoen aan je financiele verplichtingen. Heb je (nog) geen vaste huurinkomstenstroom? Dan kijkt de bank vaak naar ander inkomen, bijvoorbeeld uit werk of een eigen bedrijf. 

J

Joint Venture – een samenwerking waarbij 2 (of meer) personen gezamenlijk een beleggingspand kopen en de opbrengst verdelen. Vaak is dit een samenwerking waarbij elke partner op zijn/haar eigen manier waarde toevoegt of iets inlegt. Bijvoorbeeld dat partner A een deal inbrengt die onder marktwaarde aangekocht wordt en partner B die meer eigen middelen inlegt. 

K

Kadastraal splitsen – een woning op zo’n manier splitsen dat deze als 2 of meer aparte objecten staat ingeschreven bij het kadaster. Dit is de enige manier van splitsen waarna je de gesplitste woningen ook apart van elkaar kan verkopen. Hier heb je vaak een vergunning voor nodig vanuit de gemeente, en moet de woning eerst bouwkundig gesplitst zijn en over meerdere huisnummers beschikken. 

Kapitalisatiefactor – dit reken je uit door de aankoopsom (ex. kosten koper) te delen door de bruto jaarhuur. Met deze factor kan je eenvoudig de prijs van verhuurde panden met elkaar vergelijken. Daarnaast zegt het ook iets over de BAR die je kan behalen. Heeft een beleggingspand bijvoorbeeld een kapitalisatiefactor van 15? Dan is de BAR die je kan behalen 5%. 

Kamerverhuur – zoals de naam aangeeft verhuur je hierbij meerdere kamers in 1 woning, aan bijvoorbeeld studenten. Dit wordt vaak gedaan om zo een hoger rendement te behalen. Hierbij is het belangrijk om te controleren wat er mogelijk is binnen de lokale regelgeving, dit verschilt namelijk sterk per gemeente. Zo is er soms een vergunning nodig en/of zijn er restricties aan hoeveel mensen je tegelijk mag verhuren. 

Kosten Koper – additionele kosten naast de prijs van een woning die je als koper moet betalen bij de aankoop van een pand. Denk hierbij aan kosten zoals notaris, de overdrachtsbelasting, financieel adviseur en taxatie. 

L

Leegstandswet – Volgens deze wet mag je jouw woning voor een maximale periode van 5 jaar verhuren. Mits deze niet verkocht kan worden en je in de problemen dreigt te komen door bijvoorbeeld dubbele woonlasten. Een huurder die op deze manier huurt geniet minder huurbescherming dan bij reguliere verhuur. Zo moet de huurder na afloop van het huurcontract de woning altijd verlaten zodat de woning weer leeg verkocht en opgeleverd kan worden. Je hebt wel eerst een vergunning vanuit de gemeente nodig om op deze manier te kunnen verhuren.

Lineaire hypotheek – bij een lineaire hypotheek blijft het bedrag aan aflossing altijd gelijk. Je betaalt dus elke maand exact hetzelfde bedrag aan aflossing. De rente die je over de hypotheek betaald, wordt elke maand opnieuw berekend op basis van de dan nog uitstaande schuld, en wordt dus elke maand een beetje lager. Deze vorm zorgt op het begin voor hogere totale maandlasten, maar wordt dus elke maand minder omdat de rentekosten naar beneden gaan. Op de lange(re) termijn zullen je totale maandelijkse kosten voor de hypotheek flink naar beneden gaan. Als je dit voor een beleggingspand gebruikt, dan houd je dus elke maand steeds meer cashflow over omdat je kosten minder worden. 

Loan to Value (LTV) – de hoeveelheid geld (schuld) ten opzichte van de waarde van het onderpand. Als je een beleggingshypotheek aanvraagt, ontvang je gemiddeld tot 80% LTV. Banken doen dit om hun risico’s te verkleinen. Bij crowdfunding kan dit tot 90% of 100% oplopen afhankelijk van de markt. Over het algemeen betekent een hogere LTV ook meer risico voor de eigenaar/verhuurder.  

M

Marktwaarde – de waarde van een woning zonder dat het verhuurd wordt. De waarde wordt bepaalde door vraag en aanbod, oftewel wat is iemand nu bereid om hiervoor te betalen. Je kan hier zelf een indicatie van maken door van eerder verkochte en vergelijkbare woningen de verkoopprijs op te zoeken. Maar dit kan natuurlijk ook door een taxateur vastgelegd worden. 

Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) – een plan die vaak vanuit de VvE wordt opgesteld voor een periode van 8 jaar. Hierin wordt de huidige staat van het gebouw vastgelegd en het benodigde onderhoud. Dit dient dan ook als basis voor het te plannen onderhoud in de komende jaren. Elke VvE is verplicht om een MJOP op te laten stellen OF om minimaal 0.5% van de herbouwwaarde te sparen via de eigen kas. Hierin wordt geen rekening gehouden met onderhoud wat door de eigenaar zelf gedaan moet worden. 

N

Netto Aanvangs Rendement (NAR) – vergelijkbaar met de BAR (Bruto aanvangsrendement), maar houd hierbij rekening met de exploitatiekosten waardoor je makkelijker rendementen kan vergelijken ongeacht de kosten die je daarvoor moet maken. De NAR bereken je door de netto huurinkomsten te delen door de totale investering. 

NWWI – het Nederlands Woning Waarde Instituut. Dit instituut valideert de taxatierapporten van woningen die uitgevoerd zijn door aangesloten taxateurs. Elke taxatie moet voldoen aan de richtlijnen voordat het gevalideerd kan worden. Bij de meeste banken heb je een taxatierapport nodig die gevalideerd is bij het NWWI.

O

Off Market Deal – een pand die niet via een reguliere weg wordt aangeboden, zoals Funda. Maar vaak via een netwerk of via direct contact met de eigenaar gekocht kan worden. Het voordeel hiervan is dat je vaak wat minder concurrentie hebt van andere kopers. En dat er of een vaste prijs is, of de mogelijkheid is om te onderhandelen. Het nadeel is dan weer dat er vaak een reden is waarom de verkoper hiervoor kiest. Bijvoorbeeld omdat er veel achterstallig onderhoud is, de overdracht al op korte termijn plaatsvind of omdat de eigenaar hiermee makelaarskosten bespaart. 

Opstalverzekering – als woningeigenaar kom je hier niet omheen. Deze verzekering dekt (vrijwel) alle schade aan de woning bij brand, water, storm of andere woningschade. Voor de inboedel is een aparte verzekering nodig, en wordt vaak door de huurder zelf afgesloten. Is je beleggingspand onderdeel van een VvE, dan wordt deze verzekering daar geregeld. Hoeveel je aan premie betaald is o.a. afhankelijk van de herbouwwaarde van de woning. Hoe hoger die is, hoe hoger de premie zal zijn. Maar ook de schade waartegen je het pand verzekert bepaalt de kosten, zo kan je vaak kiezen tussen een standaard verzekering of een uitgebreide variant. 

Other Peoples Money (OPM) – een alternatieve manier van financieren waarbij je niet een reguliere beleggingshypotheek aangaat, maar geld leent van anderen (vaak prive personen) om de financiering op te zetten. Denk hierbij aan crowdfunding, private money lenders en het inzetten van je overwaarde op je eigen woning. 

 Ouderdomsclausule – In een koopcontract wordt deze clausule soms toegevoegd als de mogelijkheid bestaat dat de woning gebreken heeft die zijn ontstaan door ouderdom. Via deze clausule geeft de koper aan bekend te zijn met de ouderdom van het pand, en eventuele gebreken daaruit volgend. Op deze manier ligt het risico bij de koper, en kan de verkoper niet verantwoordelijk worden gehouden mochten er gerelateerde gebreken zichtbaar worden na aankoop. Dit is geen standaard clausule en moet dus extra worden opgenomen in een koopovereenkomst. 

Overwaarde – Als je zelf al een huis bezit, en die nu meer waard is dan wat je ervoor hebt betaald, dan heb je dikke kans dat je overwaarde hebt. Deze overwaarde is namelijk het verschil tussen de waarde van je woning en de hypotheek die je nog hebt uitstaan. En het mooie hiervan, is dat je die overwaarde kan opnemen om weer ergens anders in te investeren. Zoals vastgoed. Houd er rekening mee dat in een dalende markt het effect precies andersom is. Als je huis minder waard is (of word) dan je uitstaande hypotheek, dan staat je huis onder water. 

Meer weten

P

Private Money Lender – een prive persoon die geld leent aan een vastgoed investeerder, vaak met de woning als onderpand wanneer de lening groot genoeg is. Een creatieve manier van financieren waardoor je als geldgever op een passieve manier een aardig rendement kan ontvangen. En als geldnemer op een snellere manier kan groeien in het opbouwen van een vastgoedportfolio. 

R

REIT – Real Estate Investment Trust. Een type organisatie die zelf vastgoed bezit en verhuurd, hypotheken verstrekt of vastgoed beheerd en daar rendement uit haalt. De meeste REIT’s zijn actief op de aandelenmarkt, wat betekent dat je als investeerder aandelen kan kopen van een REIT. Omdat ze verplicht zijn om 90% van hun winst uit te keren aan aandeelhouders zorgt dit voor een stabiele en passieve inkomstenstroom zonder dat je zelf vastgoed hoeft te bezitten. 

Rente-op-rente effect – ook wel ‘compounding interest’ of ‘samengestelde rente’ genoemd. Waarbij je rente krijgt op je spaargeld of vermogen, en dan vervolgens ook weer rente op die rente ontvangt. Op die manier word je vermogen op de lange termijn automatisch meer, zonder dat je zelf hoeft bij te leggen. Uiteraard moet de rente op je spaargeld daarvoor wel hoog genoeg zijn om een significante impact te hebben. Ditzelfde effect zie je ook als je bijvoorbeeld dividend ontvangt, en dit dividend vervolgens weer herinvesteert in nieuwe aandelen. 

Rentevaste periode – De periode waarin je rente vastgezet wordt bij het aangaan van een beleggingshypotheek. Over het algemeen is de rente lager als je deze voor een kortere periode vastzet, maar is deze daarmee ook volatiel als dit elk jaar wordt veranderd. Eenmaal vastgezet – en zeker voor een langere periode – kan je de overeenkomst alleen maar aanpassen of oversluiten door een boeterente te betalen aan de bank. Hoe langer de resterende periode, hoe hoger de boeterente zal zijn. 

S

Savings ratio – het percentage spaargeld ten opzichte van je inkomsten. Als je bijvoorbeeld 3000 euro per maand verdiend, en je spaart 1000 euro – dan is je savings ratio 30%. In de FIRE community wordt een hoge savings ratio nagestreefd om de jaren die je nodig hebt om financieel vrij te worden te verkorten. Hoe meer je spaart, hoe meer je kan investeren en hoe meer je het geld voor je kan laten werken. Ook heb je door je lage uitgaven minder ‘passief inkomen’ nodig om officieel financieel vrij te zijn. 

Safe Withdrawal Rate (SWR) – de ratio waarop je elk jaar een x bedrag kan onttrekken van je vermogen, zonder dat je vermogen op de lange termijn minder waard word. In Amerika wordt hier vaak 4% voor gebruikt, wat betekend dat je elk jaar 4% van je vermogen kan gebruiken zonder dat het vermogen heel veel minder wordt. Dit komt omdat je vermogen rente ontvangt, en eventueel dividend vanuit investeringen waardoor het blijft groeien. Om dit te kunnen doen, moet je vaak wel al een aanzienlijk vermogen hebben opgebouwd. En wordt vaak toegepast binnen FIRE als je al een vermogen hebt opgebouwd, en dan besluit eerder te stoppen met werken. 

T

Taxatie – Een rapport uitgevoerd door een onafhankelijke taxateur waarin de waarde van de woning wordt vastgelegd op dat moment. Dit kan de waarde zijn in leegstand, een waarde in verhuurde staat of allebei. Meestal is een taxatierapport zo’n 3 maanden geldig, en heb je deze nodig om een hypotheek bij de bank aan te kunnen vragen. 

V

Vermogensbelasting – directe belasting die je betaalt op basis van de hoogte van je eigen vermogen, onafhankelijk van waar dat vermogen zicht bevind. Dit is dus zowel je vermogen in je eigen woning, het geld wat je op je spaarrekening(en) hebt staan en andere investeringen. Vermogen wordt belast in box 3 en is progressief opgebouwd.

Vereniging van Eigenaren (VvE) – bij appartementencomplexen hebben de eigenaren van de woningen zich verenigd in een VvE, om zo gezamenlijk het gehele gebouw waarin de appartementen zich bevinden te beheren. Elke eigenaar betaalt een maandelijkse bijdrage waaruit onderhoud en operationele zaken van betaald worden. Zoals de elektriciteit en schoonmaak van gezamenlijke ruimtes. Elke 6 tot 8 jaar stelt de VvE een onderhoudsplan op. Het onderhoud die de VvE voor rekening neemt geld alleen voor het gebouw zelf (dak, trap/lift, ramen/kozijnen, etc). Voor verbouwingen en aanpassingen in de woning is de eigenaar verantwoordelijk.

Vergunningen – Elke gemeente heeft zijn eigen vergunningenbeleid. En als verhuurder – zeker in de grote steden – is het belangrijk om te weten welke vergunningen er gelden, en wat daarvan de voorwaarden zijn. Dit heeft bijvoorbeeld invloed op het aantal mensen die in 1 woning mogen wonen, of en aan wie je mag verhuren en waaraan je moet voldoen om een woning te verbouwen en/of splitsen. Veel voorkomende vergunningen zijn: kamerverhuurvergunning, omgevingsvergunning, verhuurdersvergunning en de huisvestingsvergunning.

Verhuurbaar vloeroppervlakte (VVO) – wordt veel gebruikt bij kantoren en/of kantoorruimtes, waarbij VVO staat voor het aantal vierkante meters wat daadwerkelijk gebruikt (en daarmee verhuurd) kan worden. Dit wordt volgens een specifieke, en nauwkeurige manier opgemeten. Waarbij trappenhuizen, parkeerruimte, dragende binnenmuren en andere onbruikbare ruimtes niet worden meegeteld in de vloeroppervlakte. 

Verhuurdersheffing – Een financiele bijdrage die iedere verhuurder met meer dan 50 huurwoningen in de sociale sector moet afstaan aan onze overheid. De hoogte van de heffing wordt bepaald door de WOZ-waarde van de woning. Deze maatregel is onderdeel van het woonakkoord om de woningmarkt beter te laten functioneren, maar zorgt er in de praktijk voor dat veel corporaties minder investeren in nieuwe woningen en/of duurzaamheid. De maatregel is daarom omstreden en de effectiviteit ervan wordt door diverse partijen bestreden. 

Volmacht (notaris) – Elke keer als je een pand koopt, of een hypotheekakte aangaat moet je langs de notaris. Als je hier geregeld gebruik van maakt, dan kan het handig zijn om een volmacht te laten tekenen. Hier zitten eenmalige kosten aan vast, maar daarmee hoe je zelf niet fysiek langs te komen om te tekenen. Deze volmacht kan voor 1 afspraak ingezet worden, of voor alle toekomstige. Belangrijk hierbij is dus wel dat je al je vastgoedzaken bij dezelfde notaris onderbrengt. De volmacht geld namelijk maar voor 1 specifiek kantoor, en is niet bij andere notarissen in te zetten. 

 

W

Waarborgsom – Bij aankoop van een woning wordt vaak gevraagd om een waarborgsom, vaak 10% van de aankoopsom, die aan de notaris betaald moet worden. De notaris beheerd dit bedrag totdat de overdracht is geweest (en wordt dan in mindering gebracht op de aankoopsom). Dit bedrag wordt gebruikt als – om wat voor reden dan ook – de koper in gebreke wordt gesteld en daarvoor een boete moet betalen. De waarborgsom kan ook afgedekt worden via een bankgarantie vanuit de bank waar je de hypotheek aanvraagt. 

Waarde in verhuurde staat – De waarde van een woning als deze verhuurd zou zijn. Wordt officieel vastgesteld door een onafhankelijk taxateur, waarvoor onder wordt gekeken naar hoeveel punten de woning krijgt volgens het WWS, hoeveel huur er voor vergelijkbare woningen wordt gevraagd en hoeveel iemand daarvoor bereid is voor te betalen. Deze waarde bepaalt hoeveel financiering je kan krijgen voor een beleggingspand, aangezien de bank een hypotheek verstrekt met een x percentage ten opzichte van de waarde in verhuurde staat. 

Woningwaarderingsstelsel (WWS) – het systeem die gebruikt wordt om een redelijke huurprijs te kunnen vaststellen voor woningen in de sociale sector. Dit systeem werkt met een puntentelling op basis van de grootte, de waarde en de voorzieningen van de woning. Hoe meer punten een woning toegekend krijgt, hoe hoger de huur is die je kan en mag vragen. Als een woning meer punten krijgt dan van toepassing is voor de sociale sector, dan valt de woning automatisch in de vrije sector en ben je vrij om zelf een huurprijs te bepalen. 

WOZ Waarde – Elk jaar wordt vanuit de gemeente de waarde bepaald voor alle woningen in die gemeente, die als uitgangspunt dient voor de gemeentelijke belastingen. Deze waarde wordt altijd op het voorgaande jaar berekent. Wat betekent dat je vaak in februari of maart een nieuwe WOZ-waarde ontvangt over het jaar daarvoor. 

Z

Zelfbewoningsclausule – een clausule die soms wordt toegepast in een koopovereenkomst en ervoor zorgt dat de koper verplicht word om de woning voor een minimale periode zelf te bewonen. Dit wordt vaak gebruikt bij woningen die door woningcoöperaties worden verkocht en bij nieuwbouwwoningen, om zo verhuur tegen te gaan.